Een bewogen week. Zo mag ik het gerust omschrijven. Veel muziek, kilometers, leuke ontmoetingen, ideeën, ontwikkelingen en mooie dagen. Ik zit in een flow. Een soort creatieve roes.
Waar te beginnen? Laten we gisteren er eens bijpakken. Dagje hoor. ’s Ochtends vroeg naar Amsterdam. Auditie voor een rol in een commercial. Daarna richting Burgh Haamstede in Zeeland. Een ritje van zo’n 150 kilometer. Hier vond wederom een preproductie- annex songwritingssessie plaats. Samen met Tony Cornelissen schaven aan ‘Rise Ya Crazy Lovers’. Een nummer dat ik inmiddels een aantal keer live speelde en kennelijk in de smaak valt zo links en rechts. Tony en ik gaan aankomende maandag beginnen aan de demo.
Klaar? Tevreden? Mooi! Dan kon ik weer naar de auto voor een rit naar Beusichem. Daar had ik een akoestisch optreden in Theater Het Heerenlogement. Een rit van… 145 kilometer. Gelukkig kreeg ik een stapel chocola mee van Tony voor onderweg. Dat hielp. De iPod op shuffle hielp me vervolgens de files door.
‘Mooi woord Maarten. We horen het steeds vaker, maar wat houdt het precies in?’ Ik hoor het u massaal hardop denken. Eigenlijk weten jullie het natuurlijk al lang, maar ik leg het nog maar even uit voor de zekerheid. Pre- productie. Alles wat vooraf gaat aan het uiteindelijk opnemen van je songs in de studio. Voorbereiding dus, op z’n oer-Hollands gezegd. Waarom we het in de muziekindustrie dan niet gewoon zo noemen? Geen idee. Preproductie klinkt interessanter. Het bekt lekkerder. Het geeft het allemaal net even wat meer showbizz. Een beetje meer shine.
Je doet het om goed beslagen ten ijs te verschijnen in de studio. Dat is eigenlijk heel raar natuurlijk, want in de studio ligt helemaal geen ijs, maar zo luidt het spreekwoord nou eenmaal. Doe je de preproductie goed en doordacht dan scheelt dat heel erg verschrikkelijk veel tijd in de studio. En tijd is nou eenmaal geld in deze wereld. Kort door de bocht is het deze rekensom: tijd+studio=dalendbanksaldo. Verklein je in deze rekensom de factor tijd, dan verklein je de financiële schade. Dat niet alleen natuurlijk. Het is namelijk ook deze rekensom: songs+preproductie+tijd=kwaliteit.
De kogel. Die is nu dan eindelijk door de kerk. De beren op de weg zijn afgeschoten. De plannen voor een EP waar ik al een hele tijd mee rondliep ga ik dan nu eindelijk realiseren. Eind mei 2013 ga ik een paar dagen de studio in met mijn band en producer Tony Cornelissen, om in september het vervolg van de opnames te gaan doen. Wat precies de plannen zijn – qua release en promotie – dat hou ik nog even voor me. Meer details daarover krijg je nog. Feit is dat er nieuw materiaal uit komt. Joehoe! Champagne! Vlag uit! Feestneus op!
Al maanden trokken mensen mij aan mijn jasje. Virtueel en letterlijk. Waar hij nou bleef, die EP waar ik maar over bleef praten met mijn grote mond. ‘Had jij niet gezegd dat die in het najaar zou komen? Hoe zit het met die EP van jou? Werk eens door. Schrijf eens harder. Ga eens de studio in. Ga eens naar de kapper.’ (Dat laatste heeft niets met de EP te maken, maar meer met het feit dat ik mijn haar wat langer wil laten groeien en dat het niet overal in de smaak valt).
De plannen liepen vertraging op, dat was dus al opgevallen. Had allerlei oorzaken. Financieel – want het is bepaald geen vrijwilligerswerk, op hoog, professioneel niveau een beetje musiceren in een studio – planningsmatig, etc. Ik wilde goed overdenken en uitzoeken met welke producer ik wilde werken. Wat past er wel en niet bij de (nieuwe) sound die ik voor ogen heb. Ik zat al maanden in een schrijfproces, maar bleef mezelf maar verbeteren en vernieuwen. Dan is het moeilijk om het juiste moment te kiezen om de studio in te gaan. Ik wil het goed doen. Niets overhaasten. Het gaat om kwaliteit, niet om snelheid.
Zelfs nu de studioplannen concreet zijn schrijf ik nog. Een aantal goede liedjes ontstond in de periode dat ik meedeed aan Mooie Noten 2012 (ik haalde de finale, weet je nog?). ‘Poor Boys Heart’ en ‘Pigeons And Crumbs’, zijn echt speciaal voor die singer-songwriter contest geschreven. Toch is er inmiddels al weer zo aan geschaafd dat de huidige versies nauwelijks nog iets te maken hebben met hoe ik ze destijds speelde. Dat geldt ook voor ‘Dear Jessica’. Naast deze songs heb ik nog een hele kastinhoud aan liedjes. Daar ga ik de komende weken aan schaven, herschrijven, weggooien, selecteren en zo meer. Dat wordt weer een heel proces. Een mooi proces.
Dat ga ik samen doen met producer Tony. Heb ik erg veel zin in. We voerden al een aantal erg fijne gesprekken. De komende weken gaan we schaven aan sound en inhoud. Heel belangrijk. Fijn dat ik daar lekker de tijd voor kan nemen.
Goed. Nu weet je het. Hij komt eraan, die EP van mij. Wat wordt dan de sound? Is het anders dan ‘Between Space And Time?’
Het antwoord op de 1e vraag: denk meer singer-songwriter. Wat dat precies betekent laat ik nu nog even over aan jouw eigen fantasie. Het antwoord op de tweede vraag is daarmee meteen ook beantwoord: ja.
Ben je nieuwsgierig? Mooi zo. Nog even geduld. Er komt iets heel moois aan.
Ik staarde vanachter mijn bureautje naar buiten. Nou doe ik dat heel vaak, dat geef ik toe. Die dag echter luisterde ik intensief en kritisch naar de demo van Poor Boys Heart terwijl mijn blik gleed over de hoge, eeuwenoude eikenbomen in het bos waarnaast ik woon. Al zag ik de bomen eigenlijk helemaal niet. Mijn gedachten waren heel ergens anders. Ik zag allerlei beelden voorbijtrekken aan mijn geestesoog terwijl ik naar mijn eigen liedje luisterde.
Meteen toen het was afgelopen veerde ik overeind. Ik pakte mijn oude en inmiddels nier meer al te beste videocamera, een statief dat ik nog ergens had liggen, een stapel A4tjes en een stift. Ik begon gewoon. Chaoot als ik ben was dat eigenlijk zonder plan, met een übervaag idee. Maar zoals vaak blijkt: zelfs al heb je geen vast omlijnd plan, als je het gevoel hebt dat het goed is, werk het dan uit. Kan zo maar zijn dat het je wat oplevert.
Zo begon ik zo maar ineens aan wat ik zelf een democlip noem. De demo van het liedje zelf was al enige tijd online te beluisteren, maar ik dacht bij mezelf, waarom zou je zoiets niet van wat beelden kunnen voorzien. Het vage idee in mijn hoofd kreeg steeds meer gestalte naarmate ik bezig was. Nadat ik een foto online had geplaatst over wat ik aan het doen was kreeg ik een berichtje van mijn gitarist Daan. ‘Dat is een beetje zoals Subterranian Homesick Blues’. ‘Klopt’, dacht ik bij mezelf. ‘Maar dan wel op mijn manier.’
Zo begon ik met tekenen, filmde mezelf in 3 settings terwijl ik de song meespeelde (ik time altijd net even anders, elke keer dat ik het speel. Ga het dan maar weer eens lekker recht leggen in de montage!) en deed eigenlijk alles wat me te binnen schoot. Puur of gevoel. Ik had daar in mijn kantoortje een flink aantal ‘Oh ja dit…’, ‘Of nee, dit dan…’, ‘Ik moet ook nog even…’, ‘als ik nou eens…’, momenten.
Je ziet, ik kan mezelf er goed vermaken.
Nadat ik een berg beelden had geschoten startte ik Windows Movie Maker op en laadde de beelden in. Knippen en plakken. Een filtertje hier, een effectje daar. Met een editingprogramma dat zeer beperkt is en eigenlijk gewoon voor huis-tuin-en-keuken-vakantie-jedochterineenzwembadjeindeachtertuin-filmpjes bedoeld is. Mede daarom was het meer werk dan ik van te voren dacht, maar dat gaf niet. Ik had er heel erg veel schik in.
Het resultaat zie je hieronder. Mensen die mij een beetje kennen zeggen ‘echt Maarten’. Puur op gevoel gemaakt, zonder storyboard, plan of script. Follow your heart. That’s what I do
Poor Boys Heart komt op de EP die later dit jaar verschijnt. Niet deze demo, maar de uiteindelijke studioversie uiteraard. Daarover binnenkort meer nieuws. Het ziet er naar uit dat ik in mei in de studio zit.
De lijnen zijn gesloten. De dobbelsteen geworpen. Het lot bezegeld. De twitteractie van 2013 zit er op en twee hele leuke en enthousiaste winnaars van een gratis huiskamerconcert zijn bekend. Dit jaar mag ik naar Groningen en Den Haag.
In de eerste plaats dank aan alle deelnemers. Jullie zijn lieve poepies allemaal! Echt veel mensen zijn me dit jaar in gaan volgen op Twitter en Facebook, hebben berichten gedeeld en anderen geënthousiasmeerd. Echt erg leuk. Het was dus een succes. Ik vond het daarom een voorrecht om 2 mensen blij te kunnen maken met een gratis huiskamerconcert van mij. Net als vorig jaar deed ik dat via een livestream. Iedereen kon meekijken of ik zijn of haar naam uit de bak trok. Helaas waren er wat technische problemen waardoor de opstart wat rommelig ging. Maar dat mocht de pret niet drukken. Twee mensen blij en voor de overige deelnemers: jammer dat ik jullie misschien moest teleurstellen. Volgend jaar is er weer een actie! En… mocht je het geduld niet hebben, dan kun je me natuurlijk ook altijd regulier boeken
Een nieuw jaar. Een nieuwe ronde. Nieuwe kansen. Net als vorig jaar kun je ook dit jaar een gratis huiskamerconcert van mij winnen. Ik bij jou in je eigen woonkamer, gitaar op schoot, akoestisch, mijn liedjes spelend. Dat allemaal voor niks en op een dag en tijdstip die jij zelf kunt bepalen* Een huiskamerconcert duurt gemiddeld zo’n 45 minuten.
Wat je er voor moet doen? Dat is eigenlijk heel simpel.
Zijn we al vrienden, deel dan de berichtjes die ik post over deze actie met jouw vrienden.
Alle nieuwe volgers en facebookvrienden, retweeters en delers hou ik keurig bij. Eind februari maak ik de winnaars bekend. Dat gaat net als vorig jaar via een live stream. Daarop kun je live meekijken hoe ik de 2 winnaars uit de hoge hoed trek. In de voorafgaande weken maak ik duidelijk wanneer en hoe laat ik de winnaars bekend maak.
De wekker ging. Zwaar geïrriteerd ramde ik ‘m uit. Op de klassieke manier. Slaapdronken eerst een paar keer misslaand en dan eindelijk de verlossende knop vindend. Toen ik met een lodderig linkeroog langs mijn hoofdkussen naar de rode cijfertjes op het display gluurde las ik daar 04.50. Ik kon mijn primaire gedachtes niet voor me houden en daarom flapte ik er iets uit dat klonk als ‘Wmauaaaahgghh’.
Dit kon niet waar zijn. Waarom?! Het is zondag!
Vrijwel direct daagde het besef dat dit geen misplaatste grap was. Natuurlijk! Ik zou vandaag bij 3FM spelen!
Weg was al het chagrijn. Als een hinde sprong ik met een sierlijke boog uit bed. Ik huppelde lichtvoetig naar de badkamer als speelde ik in een Disneyfilm uit de jaren 30. Ik zong onder de douche en poetste mijn tanden als in de meest opgewekte Prodentreclame.
Ik mocht live spelen op de radio. Een nieuw liedje. Dat is altijd goed nieuws voor een singer-songwriter. Bovendien is het ook nog eens erg leuk om te doen. Spannend, maar leuk. Ook op dit tijdstip.
Het was ook leuk. Tof interview, waarna ik een nieuw liedje mocht spelen. ‘Poor Boys Heart’. Tenminste… nieuw op de radio, want live speelde ik het al vaker. De echte première was tijdens Mooie Noten, maar daarover verderop meer.
Tijdens het spelen dacht ik bij mezelf: ‘ik moet eens niet zulke hoge liedjes schrijven. En als ik dat toch doe, dan moet ik ze niet perse om 06.30 uur willen spelen. Op de radio. Sukkel die ik ben.’
Het was slechts een kortstondig twijfelmomentje. Eigenlijk ging het prima en de reacties achteraf waren echt heel tof! Dat deed me goed moet ik zeggen. Zowel van de aanwezigen als via de social media. Ik reed (nog steeds in het donker) met een hele brede glimlach weer naar huis.
Hier kun je het interview en het nummer terug zien.
Mooie Noten en de Popprijs
Vorig jaar zei iemand (wiens naam ik niet noem omdat het Sarah Oranje is) dat ik écht mee moest doen aan Mooie Noten. Een – toch echt wel prestigieuze – Amsterdamse singer-songwriter contest. Ik sloeg beleefd af, zei dat ik niet meer aan muziekcontests meedeed sinds ik ooit in een juryrapport de volgende zinnige opmerking meekreeg: ‘We vinden je fantastisch. Beste liedjes, beste band van de avond, beste zanger. Maar gezien je leeftijd zien we weinig toekomstperspectief en daarom ben je niet een ronde verder’ (dit is niet door mij verzonnen, dit stond er letterlijk. In een juryrapport van een zichzelf respecterende en landelijk hoog aangeschreven bandcontest. Geloof je me niet, dan stuur ik het je per post op).
Ze bleef aandringen, zei dat dit echt anders was dan andere contests en ik schreef me in. Heb er geen spijt van gekregen! Integendeel.
Ik won de eerste voorronde. Ging daarna huppelend naar huis.
Ik speelde de halve finale in Paradiso (lees hier). Omdat het spelen daar al een feest op zich is ging ik huppelend naar de locatie, haalde de finale en ging derhalve huppelend weer naar huis. In de finale was ik van al die vele aanmeldingen en deelnemers nog over met Sophie Veline, Low Tide Island en Lucas Hamming.
De finale was op een heerlijke, zonnige dag in het Vondelpark Openluchttheater. Het kon niet mooier.
Lucas Hamming won. Dat was jammer, maar het is geen schande om achter dit grote talent te eindigen. Bovendien was de hele Mooie Noten trip geweldig. Fijne optredens, erg leuke mensen (en collega’s) leren kennen, mooie feedback op mijn songs gekregen (juryrapporten die wel hout sneden!) en bovendien schreef ik onderweg – met de kritische noten van de jury in mijn achterhoofd – nieuwe liedjes. Waaronder het eerder genoemde Poor Boys Heart. Maar ook Pigeons And Crumbs werd in die periode geboren.
Maandag 29 oktober sta ik wederom in Paradiso. Het wordt nog een gewoonte. Ditmaal met band. Ditmaal in de halve finale van de Amsterdamse Popprijs. Ditmaal ook georganiseerd door GRAP Amsterdam. Ditmaal spelen we onder andere ook de bovengenoemde nummers, aangevuld met Dear Jessica.
Dat wordt wederom spannend. Wil je ons komen aanmoedigen!? Dat kan! Kaartjes zijn zeker nog te krijgen.
EP
De songs die ik hierboven noemde komen uit op EP. Momenteel ben ik aan het onderzoeken hoe en waar ik ze ga opnemen. Daarover hopelijk heel snel meer nieuws! We gaan er hard aan werken.
En dan nog dit…
Ik word herkend op straat.
Ik hoor je nu denken: ‘ah, al dat harde werken aan je muzikale carrière, al die nachtelijke uurtjes waarin je aan je liedjes schaaft, al die energie die je er in stopt, al die optredens waardoor je het hele land door rijdt, al je tweets en Facebook posts, alle dat tomeloze enthousiasme dat je in je muziek stopt ondanks de tegenslagen en teleurstellingen die je soms te verwerken krijgt, al dat geloven in het doel dat je wil bereiken, al die zelftwijfel die af en toe de kop op steekt en je toch weet te overwinnen, al dat focussen, het begint zich allemaal uit te betalen! Wat leuk voor je Maart…!’
Nee…! Dat is het niet! Nog niet…
Ik speel in een commercial. Hieronder te zien. Ik heb dat wel vaker gedaan (Ikea, Pearle, Energie Direct) en ik vind het bijzonder leuk om te doen. Commercials als deze zijn eigenlijk kleine minispeelfilmpjes. Dat merk je ook op de set. Een grote crew van zo’n 35 man aan setdressers, lichtmensen, make-up, styling, catering (erg goed verzorgd!!), grip, regisseur, opnameleider, regieassistenten en zo meer. Het is compleet met het roepen van ‘Actie’, ‘Check The Gate’, ‘We’re rolling’,’It’s a wrap’ en alles. Samen met mijn jonge talentvolle tegenspeler Tygo schitteren. Het was leuk die draaidag!
Dat ik er serieus op straat op zou worden aangesproken en me met goed fatsoen niet meer in de supermarkt bij het schap met de afbakcroissantjes kan vertonen… nee, dat had ik nou ook weer niet verwacht…!
Deze wat lange blog vat de afgelopen maanden en klein beetje samen. Al heb ik het dan bijvoorbeeld nog niet gehad over de huiskamerconcerten. Zoals Case Mayfield terecht zegt: ‘dat is het mooiste podium’. Over de ‘huiskamerconcerttour’ binnenkort een nieuw blog.
Paradiso. Zelden had een poptempel zo’n toepasselijke naam. Een Braziliaanse kennis sprak het eens heel mooi uit: ‘Parradiesoe…’ Dan krijgt het helemaal een exotische klank. En betekenis. Paradiso… Paradijs. En dat is het…
Ik ben er altijd gelukkig. Het zijn altijd mooie avonden in de – vind ik – mooiste muziektempel van Nederland.
Over de akoestiek hoor je wisselende verhalen. De een vindt het geweldig, de ander juist weer compleet ruk. Paradiso is voor mij nou juist de enige muziekzaal waar ik helemaal niet met de akoestiek bezig ben. Hier zuig ik de entourage altijd op alsof ik een spons ben die net uit zijn plasticje gehaald is. De pophistorie druipt hier van de muren.
Ik zou nu een heel lang betoog kunnen houden over waarom het daar nou zo mooi is, maar dat heeft denk ik weinig zin. Ga er heen en ervaar het. De sfeer, het gevoel, enfin don’t get me started. Als je er ooit was zul je me begrijpen. Zo mooi… zo mooi.
Ik heb er menig genoeglijke avond doorgebracht. Een verslag van een dergelijk escapistisch tripje kun je hier lezen. Afgelopen week was ik er ook weer. Tijdens Indiestad. Ik stond op de gastenlijst van We Are Augustines, en zodoende kon ik na afloop van hun gig even backstage. Geweldig was dat. De ingewanden in. Waar zo veel bands en artiesten hun show voorbereidde terwijl ik met een van verwachting kloppen hart in de zaal stond…
… en ik heb zo vaak in de zaal gestaan. Zo vaak. Niet meer te tellen. In de grote en de kleine. Altijd dacht ik dan: ‘man oh man. Hier zelf op het podium staan. Met mijn eigen liedjes en zo. Dat is meer dan een natte droom…’.
Nu is het zo ver. Op maandag 28 mei staat ik – in de kleine zaal – op het podium. Met mijn gitaar – een gloednieuwe Martin & Co – om mijn nek, mijn eigen liedjes spelend. Tijdens de halve finale van Mooie Noten, een singer-songwriter contest. A dream come true als ik even zo onbescheiden mag zijn. Ik kijk er heel erg naar uit. Kom je ook? Het wordt een memorabele avond…
Ik was 14 jaar. Waar mijn leeftijdsgenootjes hun kamer vol hadden hangen met posters van Michael Jackson, Madonna en Milli Vanilli, domineerden Lennon, mcCartney en The Beatles de mijne. Dat vond men opmerkelijk in die tijd.
Zo opmerkelijk dat ik werd gevold en geinterviewd door Het Jeugdjournaal. We schrijven november 1989. Paul mcCartney gaf een serie uitverkochte concerten in Ahoy. Mijn vader had een kaartje voor me gekocht en daar gingen we. De hele dag al was ik zo diarree-opwekkend nerveus. Vanwege het concert, maar ook omdat het Jeugdjournaal me volgde. Als je de beelden terugziet, dan zie je een mannetje – net een beetje de baard in zijn keel (toen nog niet op mijn wangen) – op de rand van zijn bed vertellen over zijn liefde voor The Beatles. Tussen zijn plakboeken, stapel LP’s, posters, bekers en andere prullen. Best aandoenlijk, als ik dat even zeggen mag.
Helemaal het moment na het concert. Je ziet me Ahoy uitlopen met glinsterende oogjes. Glimlachend van oor tot oor. Ik zeg met overslaande stem dat het ‘he-le-maal te gek was’. En dat was het ook geweest. Een memorabele avond. Het was mijn concertontmaagding. En die ’1e keer’ is me altijd bijgebleven.
… ik weet nog dat ik tijdens het concert dacht: ‘dat wil ik later ook’. Op het podium, gitaar, zang, publiek…’. Met alle gevolgen van dien…
Paul 2012
Precies zo liep ik afgelopen zaterdag Ahoy uit. Met glimmende oogjes breed glimlachend, hevig geinspireerd. Paul in Ahoy, het was een memorabele, zo niet historische avond. Vooraf wist ik heus wel dat het iets moois zou worden. Toch overtrof de werkelijkheid alle dromen of weerspiegelingen. Er ging die avond zo ontzettend veel door me heen. Daar kwam hij de bühne op. Rustig, in stijlvol pak, zijn beroemde Höfner Violin Bass om zijn nek. Zijn jongensachtige glimlach, een knipoog. Hij had er zin in, dat zag je meteen.
‘Dit is Paul, een Beatle!‘, dacht ik bij mezelf. ‘Dit is de man die songs schreef met Lennon, die mede verantwoordelijk is voor een revolutie in de (pop)muziek, die geschiedenis heeft geschreven. Een man die zo on-voor-stel-baar veel heeft meegemaakt, gedaan en betekent heeft voor de wereld.’ ‘He has broken so much ground. Has so many musical lives, so much influence on us all, it’s beyond comprehension’, hoorde ik een Engelsman schuin achter me zeggen voor aanvang van het concert. En dat vat het enigszins samen…
En toen gebeurde het. Hij begon. ‘Close your eyes, and I’ll kiss you…’. Het was alsof iemand me met de vlakke hand een klap in mijn gezicht gaf. Ik kreeg zo’n enorme brok in mijn keel, en de tranen biggelden over mijn wangen. Een beetje beschaamd keek ik om me heen, maar ik was niet de enige. Deze iconische liedjes, door de man en de stem zelf, met dat karakteristieke verende hupje en de wenkbrauwen vragend opgetrokken tijdens het zingen, het raakte alle 10.000 aanwezigen. Ik bedoel, Blackbird, al 1000x gehoord. Ook zelf gespeeld. Maar als híj het speelt…
Het was een aaneenschakeling van hoogtepunten. Paul was goed, geestig, ontspannen. Vermaakte de mensen met grapjes, interactie, mooie anekdotes en natuurlijk zijn muziek. Fantastich was het dat hij buiten de songs waar hij niet onderuit kwam ook wat minder bekende nummers als The Word, Nineteen Hundred And Eighty Five, Ram On en The Night Before speelde. Met als emotioneel hoogtepunt de prachtige homage aan George Harrison met Something (Begeleid door prachtige foto’s van Harrison op het grote scherm. Hup… daar waren de tranen weer). Het was 1 groot feest.
Drie generaties
Vijftig jaar muziekhistorie kwam live voorbij. De soundtrack van mijn leven. Alles meegezongen door 3 generaties. Dat is echt uniek. Net als het feit dat Paul, bijna 70 jaar, onvermoeibaar 40 liedjes in bijna 3 uur tijd speelt (2 toegiften). Zonder 1 slokje water, pauze of tekenen van vermoeidheid. Dat doe ik hem echt niet na. Dat doet bijna niemand hem na denk ik. Een hele, hele diepe buiging maak ik daarvoor.
Drie uur live muziek, en dan nog ga je weg en denk je: ‘ja, maar hij heeft Penny Lane niet gespeeld, of Michelle, of…’
Iedereen liep in een roes naar buiten, en direct braakte Twitter de supperlatieven over deze avond uit. ‘Historische avond in Ahoy met Paul mcCartney. Ongelofelijk’, zei Claudia de Breij. ‘I’m in love with Paul mcCartney’, riep Carice van Houten. ‘Onvoorstelbaar’, ‘Beste concert ooit’, ‘Wat een avond’, ‘Wat een baas!’, ‘Emotioneel’, etc. Alle denkbare overtreffende trappen kwamen voorbij.
Ik las ergens een recensie. ‘mcCartney dicht generatiekloven’, en, ‘Van alle Goden en mindere Goden staat Paul mcCartney op eenzame hoogte’. Ik denk dat het klopt. Ok, de man heeft zeer zeker ook een hoop edelkitch geschreven en opgenomen in zijn solotijd. Maar goed, als je al zo lang muziek maakt, dan maak je ook wel eens iets dat niet zo best is. Hij is de eerste die dat toegeeft, en dat siert hem. Het is hem vergeven. In Ahoy was het in ieder geval een avond die ik echt niet meer vergeet.
Veertien jaar
Bij het laatste nummer – de beroemde Abbey Road medley – keek ik om me heen. Niet ver achter me stond een jongen met zijn vader. Ik schat hem een jaar of 10. Ergens zag ik mezelf weer terug, in ’89, veertien jaar oud. Luid meezingend met de laatste zin van de avond (en misschien wel 1 van de mooiste uit de popmuziek): ‘And in the end, the love you take, is equal to the love you make…’.